jtemplate.ru - free extensions for joomla


Oude liefde

 

 

“Ze zal ons toch niet vergeten zijn?”, klinkt mijn stem over de donkere zolder. Een onzekere zucht en stilte is het antwoord. “Ik snap het gewoon niet”, vervolg ik. “Ze kijkt helemaal niet meer naar me om. Ze raakt me niet meer aan. Ze deelt zelfs niets meer met me! Het klópt gewoonweg niet. Na alles wat we samen hebben meegemaakt, mag ik toch wel wat anders verwachten? Zeg jij nou eens wat…”. Er klinkt wat vaag geschuifel, alsof mijn tweelingbroertjeal helemaal niet weet wat hij er mee aan moet.
Vol heimwee gaan mijn gedachten terug naar betere tijden. Ik weet nog zo goed dat ik haar mocht dragen, dat ik haar steun en houvast mocht geven toen zezich op glad ijs bevond. Ik weet nog zo goed dat ik haar klas was, omdat zij de juffrouw wilde zijn. Ik was haar kerk enzijwas de misdienaar met die prachtige oude onderrok als toga op haar smalle schouders. Ik was zelfs de olifant, de leeuw in haar eigen Billy Smarts kindercircus. En ineens…..ineens was ik niets meer. Aan de kant geschoven. Weggezet. Op een donkere verlaten zolder. Samen met mijn tweelingbroertje.

 

De jarenduren lang en zijn eenzaam. “Wat is er toch mis gegaan?”, vraag ik mij telkens weer hardop af, “wat heb ik verkeerd gedaan? Ik kom er maar niet uit en aan jouw zwijgen heb ik ook niets”. Als reactie schuift mijn tweelingbroertje wat ongemakkelijk over de houten zoldervloer. Het brengt me in alle staten, de stilte is te intens. Ik twijfel aan alles en vooral aan mezelf. Ik denk dat het nooit meer goed komt Dat maakt me bang. En akelig eenzaam. Zo leeg en zinloos. 


En vlák voordat ik mijn laatste beetje hoop loslaat, pakt iemand me vast en neemt me mee naar een plek waar het licht is, warm en gezellig. Ik moet even wennen aan al het licht. Gelukkig zie ik dat mijn broertje er ook is, hoewel ik me nog steeds een beetje narrig voel over zijn zwijgzaamheid.
Maar dan…dan zie ik het pas echt. En wordt alles totaal overschaduwd door het intens gelukkige gevoel dat me helemaal vult: ik ben weer samen met haar!!

 

Ik wil haar het liefst met mijn hele hart in haar armen vliegen, maar de vloer gijzelt me. Als ik voel hoe ze naar me kijkt, zo liefdevol en blij, weet ik dat het ook voor haar geldt. Ze haalt een diepe ademteug. “Wat ben ik blij dat ik je weer zie! Ik heb je zo gemist. Dat realiseer ik me nu pas goed”, brengt zgeëmotioneerd uit. Weer zo vertrouwd in elkaars nabijheiddichten we de gescheiden jaren. 
“Ik schaam me een beetje dat ik zo aan jouw trouw getwijfeld heb”, bedenk ik me voorzichtig. Vol begrip kijktze naar me: “Ik was je gewoon ontgroeid. Dat is de bedoeling in mijn leven”. Ik denk er even over na en ineens begrijp ik het helemaal.Er daalt een enorme rust in me. “Ja, je bent me ontgroeid. Dat is de bedoeling van míjn leven”.

 

Wat ben ik blij dat ze me weer ziet staan! Ik mag er zijn! Met mijn oude rug nog fier rechtop en stevig op mijn benen. Ze wrijft me regelmatig liefdevol over mijn arm, over mijn rug. Ik glim ervan als ze me zo beroert.

 

Ik geniet met elke vezel wanneer ik nu haar kleinzoon draag en hem kan steunen. Het is weer heerlijk om een vrachtwagen te zijn, omdat hij de trucker is. Met liefde bewaar ik zijn koekjes in mijn schoot.

 

Het maakt me intens gelukkig dat ik nu zonder twijfel weet dat ik deel uitmaak van haar stam. Soms wat eenzaam, maar dan rustig wachtend –in vertrouwen- op een nieuwe generatie. Het geeft me een zeker gevoel te weten dat ik als kleuterstoeltje nog veel boeiende levens in het vooruitzicht heb.

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

 

 

 

blog mieke hermans


 


JFK

 


Mijn vaders grote held was John F. Kennedy. Een symbool van jeugdig optimisme en succes, van verandering. En vooral: van hoop. Dat paste bij mijn vader.

 

Als jong kind was mijn vader míjn held. En daarmee was John F. Kennedy dat ook een beetje. Het je thuis voelen bij optimisme, verandering en hoop past ook bij mij.

 

Mijn vader weet nog precies waar hij was en wat hij deed op 22 november 1963, toen John F. Kennedy vermoord werd. 
Ik weet daar niets meer van. Een week later werd ik drie.

 

Dat je ook dood kunt blijven voortleven, blijkt wel uit het feit dat ik absoluut niet het gevoel heb in het ‘post-Kennedy’-tijdperk te zijn opgegroeid. Integendeel; de gedeelde waarden van optimisme, verandering en hoop zijn gebleven. En als groot goed doorgegeven. 

 

Maar toch was er meer. Een soort onzichtbare draad verbond John F. Kennedy’s leven met het mijne. Zoiets voelt een kind. Zoiets voelde ik. Als een soort innerlijk weten zonder woorden, want die had ik er niet voor. En toch  werd er niet anders over Kennedy gesproken dan op een zeer respectvolle manier

 

Een kleine veertig jaar later zijn mijn vader en ik op reis in de Verenigde Staten. Hij laat mij de verschillende plekken zien waar hij gewoond en gewerkt heeft in de periode voor hij naar Genève verhuisde en daar mijn moeder ontmoette. 

 

Op een middag bezoeken we Arlington en staan we stil bij het graf van mijn vaders grote held. Daar ligt John F. Kennedy. Ik ben nog nooit zó dicht bij hem geweest. Het heeft iets ongelofelijk ontzagwekkends.
Zelfs mijn vader is even stil. Daarna begint hij hardop te mijmeren.Herinneringen komen als vanzelf naar boven. En naar buiten.

 

Herinneringen aan 1963. De koude oorlog. Wederzijdse nucleaire dreigingStapelen van angst en wantrouwen.
Maar ook tegenbewegingen. Een krachtig politiek statement tegen militaire toepassingen van kernenergie in de Verenigde Staten. John F. Kennedy als politiek visionair hiervan aan het roer.Met gevolgen voor financiële steun aan onderzoeksinstituten die zich met kernenergie bezighielden. Eén ervan stond in Californië. Alleen bij onderzoek naar vreedzame toepassingen, ontvingen zij geld. 
Vanaf begin 1964 zou mijn vader één van hun nieuwe medewerkers worden. Ons gezin zou verhuizen en er was zelfs al woonruimte voor ons gevonden. 
We zijn er nooit terecht gekomen…



Snel na de afschuwelijke moord op John F. Kennedy verlegde dit instituut haar koers. Geen vreedzame toepassingen meerMijn vader wilde hier niet aan mee werken. Hij bedankte voor de nieuwe baan, voor de nieuwe woonruimte. 

 

Ik ben compleet van mijn stuk gebracht. Er gebeurt van alles tegelijk in mij. Dit heb ik nooit geweten! Door de moord op Kennedy veranderde niet alleen de VS van koers, of het nucleair instituut, maar hebben wij als gezin ook een andere koers moeten bepalen.
Ik realiseer me hoe feilloos ik heb aangevoeld dat John F. Kennedy ook voor ons als gezin zo belangrijk was. Hoe trots ik op mijn vader ben dat hij niet mee wilde werken aan de koers van een instituut waar hij niet meer achter kon staan.Hoe hij daarmee zíjn ‘Amerikaanse droom’ opgafHoe een gevoel van een gemist avontuur in mijn leven alsnog als verliesvoeltHoe talloze puzzelstukjes ineens allemaal passen…



Mijn krachtige en onuitgesproken reactie brengt ook mijn vader van zijn stuk. Hij heeft nooit geweten dat ik dit niet wist. Voor hem was dit zo’n belangrijke vanzelfsprekendheid in zijn leven dat hij zich er geen voorstelling van heeft kunnen maken dat niet iedereen dit wist!

 

We zijn met een extra dimensie opnieuw krachtig met elkaar verbonden en lopen, nog steeds verbijsterd  en geroerd, het kerkhof van Arlington af. Op weg naar een café voor een goeie borrel. 

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

 

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

 

 

 

blog mieke hermans


 


Mijn zusje

 

Het is 2 november 1957, Allerzielen en ik ben zeven jaar.
Op Hemelvaartsdag heb ik de Eerste Communie gedaan. De pastoor vertelde ons over de zonde die alle mens
en geёrfd hebben van Adam en Eva. 'Voor die erfzonde moeten alle mensen boete doen', zei hij.

Ik denk veel aan Ria, mijn kleine zusje, dat helaas maar vier maanden oud werd. 'Het is mogelijk dat jouw zusje nog in het vagevuur is,' zei de pastoor op mijn vraag.
Hij legde mij uit dat ik aflaten kan verdienen op Allerzielen, door God vergeving te vragen voor de zonden van mijn zusje. Ik ga vroeg naar de kerk en begin te bidden, tien weesgegroetjes en één onzevader.

Daarna rén ik naar buiten, rén weer naar binnen en begin opnieuw. Ook na schooltijd verdien ik zoveel aflaten voor Ria als ik kan. Ik moet ervoor zorgen dat mijn zusje in de hemel komt.

 

 

 

blog philo franssen


 


Anekdotes uit het kostschoolleven

 

 

Een wapperende non fietst diagonaal over het plein, half gebogen over het stuur. Wil en ik duiken onder de tafel die voor het raam staat. We hebben voor de zoveelste keer geluk. Op mijn vrije middag heb ik met mijn vriendje afgesproken in een café. Ik mag wel naar buiten, maar ik voel haarfijn aan dat je vriendje ontvangen op de vrije woensdagmiddag toch niet van mij wordt verwacht. Mijn vriendinnen steunen mij en vinden het erg spannend. Bovendien vinden ze Wil leuk, de basgitarist van de band, die zomaar een uur heen en een uur terugfietst om zijn vriendinnetje te zien. Dat wil iedereen wel.

 

Ik zit op kostschool bij de zusters Ursulinen in Echt. Ik ben 16 en zit in het eerste jaar van de Kweekschool. Het vriendje is een van de redenen dat mijn ouders mij naar kostschool hebben gestuurd. Het moet afgelopen zijn, over en uit. Maar de verliefdheid is te heftig om zomaar over te verklaren.
Elke dag ontvang ik een brief van hem, niemand die het merkt. En elke dag schrijf ik hem een brief terug. De geur van zijn brieven brengt heftige emoties boven en ik herken zijn handschrift onmiddellijk.
s Nachts leg ik de brieven onder mijn kussen en s morgens stop ik ze weg.

 

Het valt niet mee om een privémoment te vinden om de nieuwe brief te lezen of een privéplekje om de brieven te verstoppen. We slapen allemaal apart in een zogenaamde chambrette, een kamertje als een cel, inclusief de soberheid. De kamertjes hebben dunne houten wanden en zitten aan elkaar vast. We hebben een gezamenlijk plafond, zodat we alle geluiden van elkaar kunnen horen. Voordat het licht uitgaat, komt de zaalnon langs, kijkt bij iedereen apart door het gordijn naar binnen of alles in orde is en wenst ons welterusten. Tegen elkaar zeggen wij dat ze naar binnen kijkt om te controleren of de handen wel boven de dekens liggen. Hier wordt elke keer om gelachen, maar ik begrijp het grapje niet.Alleen op woensdagmiddag mogen we naar buiten. Dat betekent, dat we de kloostermuren mogen verruilen voor een wandeling door het dorp. Gedurende de rest van de week wonen en leven we met en als de nonnen. Over het algemeen is iedereen braaf en doet precies wat van ons wordt verwacht, maar niet altijd.

 

De meisjes die dit willen en die toestemming krijgen van hun ouders, mogen op dansles. Dat hoort bij een goede opvoeding. De jongens van het dorp zitten ook op de dansles, compleet met zweethanden en een natte rug. Maar toch wordt de avond wel eens wat later afgesloten dan de poort van het klooster open is. En die poort is erg hoog en lange ijzeren pinnen steken de lucht in. Als we bovenop die pinnen zijn geklauterd, onder gedempte aanmoediging van de jongens, moeten we aan de andere kant naar beneden springen. Dat is het gevaarlijkste. Voorzichtig gaan we vervolgens naar binnen, zodat de non die dienst heeft ons niet ziet. Daarvoor hebben we een handlanger, die ons naar binnen loodst. Het gaat altijd goed. 

 

Maar het gaat ook af en toe fout. Zo is roken een heet hangijzer. Als je wordt ontdekt word je flink gestraft. Met een stel meiden gaan we op een middag na de studietijd naar een van de badkamers. We denken dat we wel een sigaretje kunnen roken als we het raam open zetten. We geven de sigaret aan elkaar door en roken om beurten. Het rinkelende geluid van het brandalarm is overweldigend. Binnen een mum van tijd staaner wel vijf nonnen om ons heen, we hebben geen tijd om te verdwijnen. We krijgen natuurlijk straf, maar het gevoel van vrijheid en victorie is groot.

 

 

 

XXXXX

 

 

 

blog philo franssen


 

 

Beloftes….                                                FB IMG 9612-1

 

Precies dezelfde strakblauwe hemel als vijfentwintig jaar later. De zon warmde zich in de ochtend al op voor de dertig graden die ze later die dag zou brengen. Mijn moeder kwam te laat terug van de kapper omdat ze op de terugweg bij een ongeluk assisteerde. Het bruidsboeket vond ik ronduit lelijk geworden. Ik zei er niets van. Waarom het überhaupt belangrijk was? Het zullen de zenuwen van de dag en mijn, toen nog vaak alles overheersende, hang naar perfectie wel geweest zijn. Het relativeren kwam later pas goed in mijn leven.

 

De belofte en schittering in de ogen van mijn bruidegom daarentegen waren ook toen al het belangrijkste. Mijn ogen straalden vast op dezelfde manier.  Mijn opa’s en oma’s waren er allemaal nog bij. Mijn ouders en schoonvader leefden toen ook nog. Van de lieve mensen op familiefoto, op de trappen van de basiliek, is de helft niet meer bij ons. Van opa’s en oma’s verwacht je dat wel. Van je ouders niet. Gelukkig hebben we nog één moeder over, zijn onze broers en zus er nog. En er kwam een kind en meer familie bij. Vandaag voelt het samenzijn kwetsbaarder. Geen beloftes. Slechts zijn. Vandaag. Nu.

 

Toen wij trouwden hadden we net ons horecabedrijf gekocht. Ik bedacht me toen dat we in het jaar 2016 veel te vieren zullen hebben. Beiden vijftig jaar (dat leek ondenkbaar want bijna bejaard), zilveren bruiloft en de zaak ook vijfentwintig jaar. Geen moment denk je er dan over na dat dingen misschien iets anders gaan lopen. Oh jeugdig vertrouwen. De zaak verkochten we na negen jaren hard werken. Er kwamen niet de drie ‘geplande’ kinderen, wel een prachtige zoon waar we intens van genieten en dankbaar voor zijn. En dit jaar bracht ook, dat samen oud worden ineens niet zo vanzelfsprekend is. Door de jaren heen sneuvelden veel vanzelfsprekendheden.  Beloftes slaan steeds meer om in uitgesproken hoop.

 

En dan ineens, als uit het niets, is deze dag er. Een stralende dag met een nog stralender gevoel. Ik ben er. We zijn er samen. Geen groots feest vandaag. Daar hebben we, door negen jaren bruiloften verzorgen, zelf niet meer zo’n behoefte aan. Groots zit steeds meer in klein. Ons geluk zit in de momenten samen. Nu vieren we in kleine brokjes, die voor mijn tijdelijk geknakte energie te behappen zijn.  Met intense aandacht voor de lieve mensen om ons heen.

 

Een stralend blauwe hemel, de belofte van een warme dag. Niets is nog vanzelfsprekend. Elk moment samen proef ik als kostbaar. Ik zeg dank.

 

©Esther van der Werf - 30 augustus 2016

 

 
 
esthervanderwef blog
 



Zondagse soep en paaseitjes

 

 

"Alstublieft mevrouw", zegt de vriendelijke dorpsslager wanneer ik de winkel
verlaat en reikt me een tijdschrift aan.
"Misschien brengt het u op een idee voor Pasen".
Ik bedank hem netjes, maar de gedachte aan een 'vreetzaam' paasfeest zoals er ooit een vreedzaam kerstfeest was, maakt mijn dag niet mooier.
'Vreetzaam' en vreedzaam, één letter verschil, maar er achter zit een wereld van verschil.
Natuurlijk is het paasfeest met zijn tijd mee gegaan en is het vastentrommeltje met zijn plakkerige inhoud dat op eerste paasdag open mocht, nostalgie geworden.
Mijn twijfels over de klokken die vanuit Rome de paaseieren transporteerden zijn gebleven. De paashaas daarentegen is steeds creatiever geworden. Op koopzondagen strooit hij zich suf. En van wie zijn die eitjes?
Zelfs de paasliedjes evalueren mee.
Zo zong van de week onze kleindochter:
Palm Palm Pasen
Eikoerei
Over ene zondag
Dan hebben we een ei
Een ei is geen ei
Twee ei is een half ei
Drie ei is een paasei
En...vier geklutste eieren roerei hé oma?
EIKOEREI!

De vele mythes rondom dit feest vloeien in de loop der tijd door elkaar, maar het ei blijft overeind als symbool van wedergeboorte en vruchtbaarheid. Nieuw leven. Thuis gekomen gooi ik het vakmanschapsblad van de keurslager niet meteen in de oud papier doos maar blader er tijdens onze koffiepauze achteloos doorheen. En dan valt mijn oog op het artikel 'Stap voor stap soep maken met smaak' Dat is peanuts, dagelijkse kost voor mij. Al lezend passeren woorden als pinceren, assembleren, geleren de revue. Zo te lezen valt er nog heel wat te leren. En ja, ik geef toe, de zondagse soep van mijn moeder evenaren, dat valt niet mee. Of zit daar misschien de herinnering aan haar en dat hoogtepunt op zondag als een addertje onder het gras?
Het artikel maakt me in ieder geval duidelijk wat het geheim is van een goede soep. Ik vraag me af of dat met schrijven niet net zo is?
De mooiste herinneringen met veel liefde en geduld toevertrouwen aan het papier. De ideeën sudderen soms dagen in mijn hoofd. En dan tijdens onze schrijfsessies vloeien ze zomaar uit mijn pen. Stap voor stap een schrijfsel met smaak. Een helpende hand voor wat extra binding of iets meer diepgang zoals het mergpijpje dat bij de soep doet.
Zorgvuldig gekozen woorden als een bouquet garni vervolmaken het eindproduct. Wederom een mooie herinnering toegevoegd aan het 'receptenboek' van mijn leven. En Pasen wordt vooral gezellig dit jaar met veel eitjes en zondagse soep.

 

Tonny maart 2016

 

 

 

blog tonny Janssen

 
 
 
 

Worsteling

 



Met mijn winkelwagentje loop ik langs de schappen. Verdorie, ik ben mijn briefje vergeten, het ligt nog op het aanrecht. Mijn blik blijft hangen bij de krielaardappeltjes in de koeling. Niet doen, gebakken aardappeltjes zijn te vet. Maar als ik dan een pakje van 450 gram neem in plaats van 600 gram, dat scheelt weer. Het kleinere pakje verhuist naar de winkelwagen. Mijn blik glijdt langs de toetjes. Ik moet de magere yoghurt nemen, dat heb ik mij voorgenomen. Maar de eenpersoons puddinkjes met slagroom glimlachen naar me. Ik kies voor de middenweg: een pak vanilleyoghurt.

Toen ik acht jaar was, werd ik mollig. Aanvankelijk zag ik er schattig uit, maar al snel moest ik gaan letten op wat ik at. En met name op de hoeveelheden, ik at te veel. Ik had altijd honger. Mijn moeder zei steevast aan het einde van de maaltijd: Kom, iedereen nog een beetje, dan is de pan leeg. Ik wilde altijd nog wel een beetje, maar dan zei mijn vader: Eet niet zoveel, je wordt steeds dikker. Eten werd zo met tegenstrijdigheden omgeven en keuzes maken werd steeds moeilijker. Mijn ouders maakten vaak opmerkingen over mijn omvang, terwijl ik nu weet dat dit erg meeviel. Toen ik zestien was woog ik 63 kilo. Mijn vriendin van de Mulo had precies hetzelfde gewicht. We vonden onszelf te dik.

Welk vlees neemik bij de gebakken aardappeltjes? Gepaneerde kip vind ik het lekkerst,maar paneermeel zuigt de olie zo op bij het bakken en is daardoor nogal vet. Weet je het zeker? Nou ja, de laatste dagen at ik zo gezond dat het vandaag wel even mag. De gepaneerde kip verdwijnt in het winkelwagentje. Thuis liggen nog een paar tomaten, een komkommer erbij is genoeg. Daar maak ik een Griekse salade van, met zachte kaas en olijven. Ik neem ook nog een pakje groenteburgers mee. Het voelt goed om een paar keer per week geen vlees te eten, dat is gezond en ondersteunt de duurzaamheidsgedachte.

Op mijn zestiende had ik mijn eerste vriendje. Samen met hem sta ik op een aantal fotos. Ik zie er prima uit. En altijd die opmerkingen thuis over mijn gewicht. Mijn zelfvertrouwen over mijn uiterlijk daalde in die tijd tot het nulpunt. Op mijn achttiende ontmoette ik de man met wie ik zou gaan trouwen. Hij vond mij helemaal niet dik. Hij vond mij mooi. Inmiddels was ik totaal afhankelijk geworden van wat anderen vonden van en zeiden over mijn gewicht. Dat hij mij mooi vond was daarom heel belangrijk. Maar hij woog slechts 52 kilo. Hij kon alles eten en zoveel hij wilde, hij kwam niet aan. Als ik weer eens een paar kilo was aangekomen voelde ik mij naast hem vaak een olifant. Toen wij trouwden was ik eenentwintig, woog ik nog steeds 63 kilo en zag ik er goed uit.

Broodbeleg. Het beste zijn natuurlijk kipfilet en rookvlees, licht gezouten. Ik neem cervelaatworst (extra mager) en gegrilde ham. Dan leg ik het maar iets minder dik op het brood, dan is het toch nog goed. Ik aarzel bij de Franse kaasjes en bekijk een stukje van elke soort Brie. Allemaal 60+. Kan natuurlijk niet, nu ik zo goed met de 30+ bezig ben. Ik loop even langs de vitrine met gebak. Alleen maar om te kijken. Hier moet ik sterk zijn. Nee, ook geen halve vlaai. Ik loop door, trots dat ik het gebak heb weerstaan. Waarom doe ik mijzelf dit aan? Ik neem twee chocoladecroissants, dat mag.

Tijdens mijn huwelijk bleef mijn gewicht op en neer gaan, maar de extreem dunne echtgenoot naast mij gaf mij de eerste jaren de stimulans om redelijk op gewicht te blijven. Ik werkte als onderwijzeres en vijf jaar later ging ik studeren aan de universiteit in Utrecht. Mijn gewicht bleef schommelen, soms een beetje en dan weer was ik meerdere kilos zwaarder. Ik volgde het ene dieet na het andere, waarvan het Dr Atkins-dieet het meest succesvol was. Dat was een dieet dat vrijwel alleen uit eiwitten bestond en waarvan je snel afviel. Ik maakte er mijn eigen dieet van door groenten toe te voegen aan de eiwitten. Daardoor was het een stuk gezonder en viel ik toch af.

Zal ik een paar harde broodjes nemen? Die hebben wel meer calorieёn dan gewoon brood. Toch maar niet, neem maar een gewoon volkoren brood. Ik ben gek op soep. Het liefst maak ik zelf soep, maaltijdsoep. En daar dan een paar harde broodjes bij, heerlijk. Maar de laatste tijd aarzel ik als ik aan soep denk. Het is een gerecht met veel zout en dat is weer slecht voor de bloeddruk, die toch al te hoog is. Als ik een paar kilo afval gaat de bloeddruk όok naar beneden. Waarom dόe ik dat niet gewoon?

Rond mijn veertigste kwam ik meerdere kilos aan. Een paar jaar later bleek, dat de werking van mijn schildklier na een ontsteking was vertraagd en er te weinig schildklierhormoon werd geproduceerd. Hoe lang dat al zo was werd niet duidelijk. Nόg een paar jaar later werkte de schildklier helemaal niet meer. En een langzame en stilstaande schildklier zorgt voor een vertraagde stofwisseling en dus voor een groot risico op dik worden. Sindsdien draait mijn stofwisseling op medicijnen. Toen ik vierenveertig was besloot ik niet meer aan een relatie te beginnen. Ik was inmiddels gescheiden, woonde een aantal jaren samen en had bovendien een paar nare ervaringen met relaties achter de rug. En ik was graag alleen. Ik denk dat ik na dit besluit echt dikker werd. Het kon me niet meer zoveel schelen. En de niet werkende schildklier was een prima excuus.

Ik neem toch maar een pakje koekjes mee. Stel dat er iemand langskomt en ik niet eens een koekje kan presenteren bij de koffie. Dit is overmacht, je kunt niet zonder een koekje in huis. Ik zei wel eens tegen bezoek, dat ik alleen ontbijtkoek in huis had, maar die werd meteen beleefd afgeslagen. Het ergste is het als het pakje open is en de koekjes in de koektrommel liggen, omdat er iemand op bezoek is geweest. Dan is het net alsof de koektrommel leeft en mij roept.

Toen ik zesenvijftig was vond ik het welletjes en begon ik opnieuw te lijnen. Dit keer door gewoon gezond te eten en mijzelf een gezonde leefstijl aan te leren. Het lukte en in anderhalf jaar verloor ik vijfentwintig kilo. Ik was dolgelukkig. Door het langzame tempo waarin ik was afgevallen zou ik de gezonde leefstijl gemakkelijk kunnen volhouden. Dat werd tenminste algemeen aangenomen. Ik had er het vόlste vertrouwen in!

Toen overleed mijn vader. Ik was altijd al een emotie-eter. Nu lukte het mij niet meer de aandacht bij de gezonde leefstijl te houden. Binnen een jaar zaten de kilos er weer aan en meer. Nu ben ik drieёnzestig en nog steeds worstel ik met mijn gewicht. Vanwege mijn gezondheid moet ik eigenlijk afvallen. Ik kan de medicijnen tegen hoge bloeddruk niet verdragen, dus misschien is dat een stimulans om de gezonde leefstijl opnieuw in mijn leven in te voeren. In het verzorgingshuis zeggen medebewoners tegen mijn moeder, dat zij zon flinke dochter heeft. Ik ben achterdochtig en denk dat ze een dikke dochter bedoelen.

Ojee, de snackafdeling. Gelukkig kan ik inmiddels van de chips afblijven, wel na een jarenlange worsteling. Ik neem een zakje Japanse rijstzoutjes, die lijken minder calorieёn te bevatten. Ik weet dat het niet zozeer gaat om wat ik eet, maar om hoeveel ik daarvan eet. Wat maakt maat houden toch zo moeilijk? De diepvrieskasten met ijs. Oh, wat ben ik gek op ijs. Het is zomer en we hebben een hittegolf. Mag een mens dan een ijsje? Mijn lievelingsijs, roomijs met walnoten, is er niet meer. Ik neem Stracciatella-ijs en besluit geen slagroom te nemen. Dan doe ik er toch gewoon een scheutje koffielikeur op!


xxxx

Philo Franssen 25-07-2013

 

 

25
-
07
-2013
Philo Franssen

 

 

 

blog philo franssen


 

onderweg

 

 

ze hebben
de eenzaamheid
meer lief
dan elkaar

lucht trilt boven
zinderend zand
beelden verschijnen
voor bedrogen ogen

stormen slaan
richting aan
stukken tot een
nieuw landschap

van binnen dooft
het gesprek tot
die ene stem
die ze zoeken

ze hebben
de eenzaamheid
meer lief
dan elkaar

 

08
 
 
-2014

 

Philo Frans

08-12-2014
Philo Franssen 

 

 

blog philo franssen


 


Gedicht 
Pantoum naar huis


 

naar huis

 


ik hoor, ze mag naar huis
zitje op de gang
uit-gerevalideerd
mijn tante knikt mij toe

zitje op de gang
je blijft hier ziek
mijn tante knikt mij toe
lijf en haar zo dun

je blijft hier ziek
hoe moet het thuis
lijf en haar zo dun
glazen huid zo wit

hoe moet het thuis
mens-zijn is ver weg
glazen huid zo wit
hoofd en handen trillen

mens-zijn is ver weg
uit-gerevalideerd
hoofd en handen trillen
ik hoor, ze mag naar huis

 

 

Philo Franssen 


06-07-2014 

 

 

Een Pantoum Een dichtvorm die ook wel een Tibetaans of Maleisisch vers wordt genoemd en waarin sommige regels worden herhaald. 

 

 

blog philo franssen


 

 
 
Jong, oud, het zijn maar woorden.


We vinden zo van alles. Een vrouw van 66 die haar man verliest, zal haar huis wel te groot gaan vinden. Veel vragen worden op haar afgevuurd. Of erger nog; stellingen gedeponeerd. 'Je zult wel kleiner willen gaan wonen, die tuin is veel te groot voor je.' Hoezo? Ik snap het niet. Waarom hebben we van die meningen over wat iemand moet doen?


Ze is nu tien jaren verder, een dappere vrouw van 76. Ik zie haar het gras maaien, elke dag een uurtje schoffelen. Ze heeft haar eigen sociale contacten, helpt haar 85 jaar jonge zus in haar café in Heythuysen. Als je iets met haar samen wilt doen, zul je het moeten afspreken.


Haar drie zonen komen af en toe helpen, bij echt grote zaken zoals een boom omzagen. Ze hebben er veel plezier bij. Het is fijn om moeder te kúnnen en mógen helpen, fijn om met zijn drietjes als broers thuis te zijn. Als veertiger kind te zijn in moeders tuin, de tuin van hun jeugd.


Ze leert met een Ipad omgaan als ze 74 is, ze regelt de meest zaken in haar leven zelf. Daar waar nodig, vraagt ze om hulp. Hoezo in een appartement gaan wonen als je daar zelf nog niet aan toe bent? Ik lach, als ik aan al die stellingen van toen denk. Ze liet iedereen mooi kletsen en ging haar eigen gang.


Ik kom hen, in mijn werk als schrijfdocent en in mijn vrijwilligerswerk voor de KBO, gelukkig veel tegen: mensen die in een ouder wordend lijf een jonge geest weten te houden. Ik geniet intens van hen die zich niet gek laten maken en het leven op hun eigen manier leuk weten te maken. Ondanks alles wat zo lastig kan zijn aan het ouder worden. In mijn cursuslokaal heb ik een kaart staan met daarop de Engelse woorden van George Burns: “Young, old, just words” en zo is het: jong, oud, het zijn maar woorden.


© Esther van der Werf – 23 april 2014


 
 
 
esthervanderwef blog
 
 
 
 
 

Gehecht

 

'Het is tijd te beslissen of je erg gehecht bent aan je galblaas.' Gehecht? Gehécht?! Ik ben gehecht aan élk deel van mijn lijf!

 

De nacht kruipt voorbij, zelf kruip ik ongeveer hetzelfde als de nacht. Van bed naar toilet, naar wasbak, toch maar weer in bed. Zitten, liggen op een zij, weer zitten en ohh jeee snel naar de wasbak. Dan weer tegen de muren op, door het plafond en terug. Het toilet is al niet meer nodig. Mijn maaginhoud is tot nul gereduceerd, vakkundig door mijn lijf naar buiten gewerkt in een oerkracht zoals ik hem zelden ervoer. Nu is mijn lijf met iets anders bezig. Niets meer wat mijn maag dwars zit, waarom dan toch die enorme impulsen? Waarom die kracht die diep vanuit mij lijkt te komen, alsof er een kwaad verbannen dient te worden. Kokhalzend verbaas ik mij over hoe mijn lijf de regie totaal heeft overgenomen. Ik, die ratio en mijn eigen emotie zo lang boven de eisen van het vleselijke meende te kunnen stellen, moet hier  weer mijn meerdere erkennen aan de kracht van de natuur, de kracht van mijn eigen fysiek. Dit zo uniek gebouwde lijf heeft besloten dat er iets is wat er nú uit moet. Met heftige spuugvaardigheid nog wel. Een diepe grom brult vanuit mijn maag omhoog als in een schreeuw: 'ik heb niets meer te geven'. Een flinke scheut zonnebloem-geel spul volgt. Dat wat ik in mijn dagelijkse leven niet makkelijk zal doen, doe ik nu: ik spuug mijn gal. Pas daarna gunt mijn lijf me een beetje rust, de ren-acties naar de wasbak hoeven niet meer. Ik zit en lig en draai verder door de nacht. Even volhouden meisje, even volhouden. Zes uur. Deze nacht is bijna voorbij.

 

Enkele uren later die vraag van mijn huisarts: 'Het is tijd te beslissen of je erg gehecht bent aan je galblaas.' Prachtig hoe mijn lijf, met haar nooit meer te onderschatten forse kracht, de weg naar het antwoord al gebaand heeft: 'Erúit, dat ding!'

 

© Esther van der Werf – 12 april 2016

 
 
esthervanderwef blog

 



SPIEGELBEELD




er waren tijden
dat ik uren voor de spiegel stond
me afvragend of iedereen
mij wel aardig vond


er waren tijden
dat ik mijn spiegelbeeld vermeed
geen zin had in een confrontatie
genoeg had aan mijn eigen leed


er zijn tijden
dat ik haar aan de overkant
bemoedigend toeknik
in rustig vaarwater aanbeland



me bezinnend op de vragen
waarvan ik de antwoorden niet ken
zoveel waarheden zijn er
wie weet wat de echte is




Nelle Heijboer december 2005

 


ei 1.

 
 
 
 
blog nelle heijboer
 
 
 
 
 


Mooi


   
Hoe val jij in slaap als je al veilig slapen kunt?  
Hoe begint je dag als er al een nieuwe morgen is.
Open jij je ogen met een traan of een lach?
En kijk je om je heen
En zie je dan de zon of de puinhoop van dat wat ooit je huis was?
Of zoek je achter alles naar de schaduw op de grond.
Kun je leven voor geluk of sterf je van verdriet?

  

 

In een wereld waarin iedereen gelijk zou moeten zijn.
Zoals in de Universele Verklaring van de mens.
Die zegt dat alle mensen vrij en gelijk in waardigheid
en rechten worden geboren.

 

 

Zit het dus wel goed met die gelijkheid?
Kun je wel kiezen?
Maakt het dan echt iets uit of dat de waarheid is of niet?
Is het echt hoe jij het ziet?

 

 

Maakt het niet uit of je in een dorpje geboren wordt
in een Afrikaans land?
Of in een zojuist gebombardeerde buurt.
Of in een villawijk in Bloemendaal?

 

 

Hoe mooi kan het leven zijn.
Het is maar hoe je kijkt
Het is maar wat je droomt, als je al kunt dromen
Hoe mooi is jou werkelijkheid
Ben je net zo rijk als je je voelt



Gelijkheid bestaat helemaal niet
We zijn allemaal verschillend

 

 

Waar stond jouw wiegje?
Ben je man of vrouw?
Wat is je ras? Wie zijn je ouders?
Hoe ben je opgevoed?
Welke zijn je talenten?
Wat waren je kansen?
Welke opleiding heb je kunnen volgen?
Wie zijn je vrienden?
Heb je een relatie?

 

 

Hoe mooi kan het leven zijn
Het is maar hoe je kijkt
Het is maar wat je droomt, als je al kunt dromen.
Hoe mooi is jou werkelijkheid
Ben je net zo rijk als je je voelt.

 

 

Weet je wat je hebt
Ben je geboren onder de juiste omstandigheden
In een stabiel politiek klimaat
Ben je geboren op de juiste plek in een rijk Westers land
Krijg je wat je wil of zelfs meer dan je vroeg?
Ben je tevreden met het minste of is het meeste niet genoeg?

 

 

Kun je nog verwonderd raken van de sneeuw
Van het ruisen van de wind
Kun je nog genieten van het lachen van een kind

 

 

Creëer je je geluk, want binnen in jezelf
Is waar het eindigt en begint
Daarin is geen ongelijkheid

 

 

Hoe mooi kan het leven zijn
Als je door ongelijkheid heen de mooie dingen kunt zien
Als je nog kunt dromen
Is dan jou werkelijkheid mooi
Ben je dan zo rijk als je je voelt
Waar dan ook? 

 

 

Wat zou dat mooi zijn.







Tonny december 2015
Geïnspireerd door de song Mooi van Marco Borsato

 

 

blog tonny Janssen

 
 
 
 
 

Jippie! Mijn teller tikt door…

  

Er waren dit jaar dagen waarop ik dacht dat 49 jaar mijn eindstation werd.  Ik zag al een datum op mijn grafsteen: 15 mei 2016. Zo ineens door een makkelijke operatie, die ze vaak doen. ‘Maakt u zich geen zorgen mevrouw’. Dat deed ik dus ook niet. Na een nachtje ziekenhuis zou ik thuis zijn. Het werden vijf weken. Na de eerste negen dagen, waarvan drie op de intensive care, werd ik in ambulance naar het Maastricht UMC vervoerd waar ik met spoed weer geopereerd werd. Mijn redding.  Wat een fantastisch team daar! In koesterende zorgzaamheid hielpen ze mij vakkundig weer naar een goede gezondheid. De zomer en herfst gingen op aan revalidatie thuis.  En al ben ik nog niet helemaal op mijn ‘oude’ gezondheidspeil: ik ben goed op weg.

 

Nu kijk ik naar de kerstboom van 2016 en ben emotioneler dan normaal met kerst. Niets is meer vanzelfsprekend. Het is niet vanzelfsprekend dat alles goed gaat. Dat weten we trouwens wel al langer maar zo intens duidelijk als dit jaar was het nog nooit.  Het gaat dit keer niet over grootouders, ouders, dierbare vriend, nee het gaat om mijn eigen leven.  Ons gezin. Mijn kind zonder moeder.  Mijn man zonder vrouw. En dat heeft andere impact. Ineens zit ik zelf in die situatie. Ik dacht toch altijd nog dat de tachtigers aan de tafel eerst aan de beurt zijn. En ook van hen hoop ik dat het nog lang geen tijd is. Ik realiseer me hoezeer ik ze zal missen. Hoeveel gemakkelijker is het geworden om nu de woorden te zeggen die ik in mijn hart voel. Ik zeg hen hoe fijn het is dat ze er zijn. Er is geen later. Er is alleen nu. Ik ben dankbaar om het nu. De tafel die gevuld is met lieve mensen, waarvan ik er geen één wil missen.

 

Toch ben ik niet alleen zachter geworden. Ik merk ook dat er dingen zijn waarvoor ik geen tijd meer heb. Ook omdat ik gewoonweg nog niet op mijn oude energiepeil ben, en dus moet kiezen waaraan ik mijn energie besteed. Dat heeft me wel geholpen om mijn prioriteiten helder te stellen. Ik kies duidelijker. Zoals met die moeder op het schoolplein, die sinds mijn week van ziek-zijn en bijna sterven ineens boos op me blijkt te zijn. Ik heb werkelijk geen idee waarom en ze wil het me niet zeggen. Eerder zou ik daar nog enkele pogingen tot communicatie aan gewaagd hebben. Veel moeite in gestoken hebben. Herhaaldelijk met mijn kop door de muur, daar was ik goed in. Nu haak ik na één poging af. Zij wenst haar boosheid te koesteren, zonder mij een kans te geven goed te maken wat ik fout gedaan zou hebben, of er op zijn minst over te praten. Ik vind dit niet leuk want zo wil ik niet leven maar ik accepteer nu dat ik blijkbaar geen invloed heb op haar boosheid.  Ik kies ervoor geen energie meer in haar te steken. Dit is maar een voorbeeld van meerdere keuzes die ik nu maak. Wel moet maken. En zo wil blijven maken. Ik heb ervaren hoe kort dit leven is. Het kan ineens, klabamm, over zijn. En al mag ik negentig worden dan nog is het te kort voor dit soort zaken. 

Mijn energie steek ik nu in mijn gezondheid, mijn gezin, dierbare vrienden en familie en mijn werk. Ik heb het gevoel dat keuzes maken vanuit mijn hart gemakkelijker is geworden. En daar ben ik dankbaar voor.  

 

Toen ik veertig werd vond ik dat een vreselijke verjaardag. Ik had me in mijn hoofd gezet dat wij op ons veertigste drie kinderen zouden hebben. Sja, als kind van babyboomers is mij de maakbaarheid van het leven met de paplepel ingegoten. Die kinderwens leek niet uit te komen. En dat is ze ook niet volledig. Ik heb inmiddels geaccepteerd dat drie kinderen niet voor ons was weggelegd want ohhh hoe mooi het toch nog werd! Nee, we kregen niet mijn eerste wens van drie maar hadden wel geluk dat we die ene mochten krijgen. Een waar geschenk. Twee maanden na mijn veertigste verjaardag was ik zwanger van onze zoon. Dit afgelopen decennium gebeurde verder vooral veel in ons leven wat absoluut niet leuk was. Maar we staan overeind, samen gezond, met een prachtkind en veel lieve mensen in ons leven. Nu verheug ik me op morgen, de dag dat ik vijftig word. Ik voel een geluksfeest in mij zoals ik dat nooit eerder voelde.

 

Het leven leerde mij dat al die angst om wat niet zal zijn, mis kan gaan of gewoonweg niet lukt, geen enkele zin heeft. Elke dag die je zo doorbrengt is een verloren dag. Het leven brengt nou eenmaal ook veel troep. Kunst is de feestjes eruit te filteren en de meeste aandacht te geven. Aandacht laat alles groeien.

Vind ik het erg om vijftig te worden? Absoluut niet! Al dat fatale gedoe over moeilijke ‘oude’ getallen: ik doe niet meer mee. Ik sta springlevend, voel me jonger dan tien jaar geleden. Vandaag is weer een dag in mijn leven erbij. Een dag waarop ik me vreugdevol in leven voel. Met zoveel mooie plannen en hoop.

 

Elke morgen 'hoor' ik mijn vader weer zeggen:  

Goedemorgen! Opstaan! Er is een nieuwe dag begonnen. Het zonnetje schijnt!

 

Hallo vijftig! Hier ben ik en ik heb zin in deze nieuwe dag!

 

 

©Esther van der Werf

27 december 2016

 

 

 
 
esthervanderwef blog
 

Een kaarsje...

 

Of er iemand daarboven persoonlijk zit te kijken voor wie ik een kaarsje aansteek? Het zou mooi zijn. Maar nee, dat is me toch net iets te veel om te kunnen geloven. Degene zou gek worden van alle boodschappen vanaf deze aarde. Waarom doe ik het dan toch? En zo vaak? En meestal zonder dat degene voor wie ik het kaarsje opsteek het weet?  Het heeft te maken met hoop. Hoop dat er ergens toch die iemand is die wij God noemen en dat die het allemaal wel zal komen fiksen, wat ook de reden tot het kaarsje is.  Rijbewijs halen, examens, ziekte, en zoveel meer, ik steek een kaarsje aan. Ik hoop dat dingen goed komen. Ik hoop dat het helpt dat ik aan iemand denk.

Enkele maanden geleden kreeg ik van één van ‘mijn’ schrijfsters in het Toon Hermans Huis Sittard het verzoek haar op een bepaalde dag, op een bepaald tijdstip licht te sturen. Ik was volkomen onthutst. ‘Hoe werkt dat dan en wat doe ik dan voor je?’: mailde ik haar. Haar antwoord was magisch: Als ik aan haar denk, dan helpt dat. Ik dacht aan haar en stuurde haar het licht zoals zij me vroeg. In gedachten. Haar geloof ontroerde mij. Haar lef om te vragen ontroerde mij. Of ik denk dat het feitelijk helpt haar te genezen? Is dat relevant? Op datzelfde tijdstip stak ik een kaarsje voor haar aan. Mijn gebruikelijke manier van licht sturen, hoop houden en om steun vragen. Een kaarsje, altijd bedoelt voor een ander, helpt mij te geloven dat daar waar ik niet feitelijk iets kan doen, ik wel kan steunen door hoop en licht te ontvlammen. Dat troost mij dan weer. Soms helpt het ook om machteloosheid toe te geven. Vaak zijn we overgeleverd aan andere machten. Het licht ontsteken is voor mij ook een symbool van het uit handen geven. Aan wie of wat? Daar heb ik geen zekerheid over.

Het valt me op dat hoe ouder ik word, hoe vaker ik een kaarsje ontvlam vanwege zeer ernstige zaken. Komt het door mijn levensfase dat het meer op mijn pad komt? Komt het door mijn toenemend voelen dat niets vanzelfsprekend is? Steeds vaker geniet ik intens van kleine lieve gebaren van mensen om mij heen, maak ik me niet meer druk om degenen die er niet voor me zijn.  Als je nog maar even te leven zou hebben, wat is dan belangrijk? Toen ik in mei dit jaar in het ziekenhuis in de gaten kreeg dat het wel eens heel fout af kon lopen vertelde ik het de directe mensen om me heen en belde de drie belangrijke die er niet bij konden zijn. Ik, die altijd dacht hele verhalen te moeten vertellen (en dat ook doe als ik de tijd heb, zoals u nu merkt), wist dat er maar één ding gezegd moest worden: ik houd van je! En ik wist zonder te vragen, dat zij voor mij een kaarsje opstaken. In de koestering van hun licht ging ik de spoedoperatie in. Als het mis was gegaan was ik met de kracht en warmte van hun liefde vertrokken. Toen ik wakker werd aan deze levende kant, was mijn hele wereld anders. Veel ballast verdween en wat bleef was het licht van al die kaarsjes: de hoop en de liefde.

© Esther van der Werf - 26 september 2016

 
 
esthervanderwef blog