jtemplate.ru - free extensions for joomla


Anekdotes uit het kostschoolleven

 

 

Een wapperende non fietst diagonaal over het plein, half gebogen over het stuur. Wil en ik duiken onder de tafel die voor het raam staat. We hebben voor de zoveelste keer geluk. Op mijn vrije middag heb ik met mijn vriendje afgesproken in een café. Ik mag wel naar buiten, maar ik voel haarfijn aan dat je vriendje ontvangen op de vrije woensdagmiddag toch niet van mij wordt verwacht. Mijn vriendinnen steunen mij en vinden het erg spannend. Bovendien vinden ze Wil leuk, de basgitarist van de band, die zomaar een uur heen en een uur terugfietst om zijn vriendinnetje te zien. Dat wil iedereen wel.

 

Ik zit op kostschool bij de zusters Ursulinen in Echt. Ik ben 16 en zit in het eerste jaar van de Kweekschool. Het vriendje is een van de redenen dat mijn ouders mij naar kostschool hebben gestuurd. Het moet afgelopen zijn, over en uit. Maar de verliefdheid is te heftig om zomaar over te verklaren.
Elke dag ontvang ik een brief van hem, niemand die het merkt. En elke dag schrijf ik hem een brief terug. De geur van zijn brieven brengt heftige emoties boven en ik herken zijn handschrift onmiddellijk.
s Nachts leg ik de brieven onder mijn kussen en s morgens stop ik ze weg.

 

Het valt niet mee om een privémoment te vinden om de nieuwe brief te lezen of een privéplekje om de brieven te verstoppen. We slapen allemaal apart in een zogenaamde chambrette, een kamertje als een cel, inclusief de soberheid. De kamertjes hebben dunne houten wanden en zitten aan elkaar vast. We hebben een gezamenlijk plafond, zodat we alle geluiden van elkaar kunnen horen. Voordat het licht uitgaat, komt de zaalnon langs, kijkt bij iedereen apart door het gordijn naar binnen of alles in orde is en wenst ons welterusten. Tegen elkaar zeggen wij dat ze naar binnen kijkt om te controleren of de handen wel boven de dekens liggen. Hier wordt elke keer om gelachen, maar ik begrijp het grapje niet.Alleen op woensdagmiddag mogen we naar buiten. Dat betekent, dat we de kloostermuren mogen verruilen voor een wandeling door het dorp. Gedurende de rest van de week wonen en leven we met en als de nonnen. Over het algemeen is iedereen braaf en doet precies wat van ons wordt verwacht, maar niet altijd.

 

De meisjes die dit willen en die toestemming krijgen van hun ouders, mogen op dansles. Dat hoort bij een goede opvoeding. De jongens van het dorp zitten ook op de dansles, compleet met zweethanden en een natte rug. Maar toch wordt de avond wel eens wat later afgesloten dan de poort van het klooster open is. En die poort is erg hoog en lange ijzeren pinnen steken de lucht in. Als we bovenop die pinnen zijn geklauterd, onder gedempte aanmoediging van de jongens, moeten we aan de andere kant naar beneden springen. Dat is het gevaarlijkste. Voorzichtig gaan we vervolgens naar binnen, zodat de non die dienst heeft ons niet ziet. Daarvoor hebben we een handlanger, die ons naar binnen loodst. Het gaat altijd goed. 

 

Maar het gaat ook af en toe fout. Zo is roken een heet hangijzer. Als je wordt ontdekt word je flink gestraft. Met een stel meiden gaan we op een middag na de studietijd naar een van de badkamers. We denken dat we wel een sigaretje kunnen roken als we het raam open zetten. We geven de sigaret aan elkaar door en roken om beurten. Het rinkelende geluid van het brandalarm is overweldigend. Binnen een mum van tijd staaner wel vijf nonnen om ons heen, we hebben geen tijd om te verdwijnen. We krijgen natuurlijk straf, maar het gevoel van vrijheid en victorie is groot.

 

 

 

XXXXX

 

 

 

blog philo franssen