jtemplate.ru - free extensions for joomla



10 mei 1940

De Duitsers vallen Nederland binnen.

 

Alle inwoners van Grave zijn door het Gemeentebestuur geadviseerd te evacueren.
Grave ligt in de linie waar de Duitsers de Maasbrug willen bombarderen om zo via deze brug door te trekken naar Nijmegen.
Vader en Moeder met dekinderen Piet, Dien, Suus, Nol, Sjef, Thea en Rietje die nog thuis wonen, worden met nog meer Gravenaren vervoerd per bus naar Heesch in Noord Brabant.
De andere kinderen studeren allemaal intern, in Veghel, Nijmegen en Heerlen.
Toon studeert aan de Universiteit in Nijmegen.
Jule en Leen zijn als onderwijzeressen in Nijmegen werkzaam, waar Lies de kweekschool voor onderwijzeres volgt.
Matthieu is intern op de kweekschool in Heerlen.
Vader en Moeder weten nog niet waar ze met de zeven kinderen onderdak kunnen krijgen.
De enige zekerheid is dat zij weg moeten. Iedereen wil weg.
Het is een drukte van belang als wij met een oude stadsbus vertrekken.
We stoppen midden in het dorp Heesch.
In een school komen we terecht die geleid wordt door broeders.
Moeder vindt dit geen goed idee.
Zij neemt het initiatief en besluit op eigen houtje bij boerderijen aan te bellen.
Boeren hebben veestallen waar, zo weet moeder vanuit haar eigen jeugd, plek genoeg is om een gezin onderdak te bieden.
Bij de zoveelste boerderij wordt moeder met het gezin gastvrij ontvangen door Han en Mien.
We mogen op strobedden in de stal slapen.
Na ruim twee weken gaat het gerucht dat Grave gebombardeerd is.
Dien, mijn oudere zus moet van moeder, samen met frater Aloysius, vanuit Heesch op de fiets naar Grave gaan om te kijken of de kust veilig is en of de Duitsers ons huis wel of niet in beslag genomen hebben.

 

Het stadje Grave en ons gezin zijn gespaard gebleven van bombardementen.
We kunnen weer naar huis.
Jule gaat als oudste met Thea en mij met de bus naar Grave.
Deze stopt in de Klinkerstraat waar we uitstappen.
We horen de stilte in het oude stadje.
Geen inwoners, geen soldaten, geen verkeer. Geen regen of wind. Stil.
Wij zijn blijkbaar de eersten.
De straten zijn leeg en de huizen zijn verduisterd.
Als kind van vier voel ik weer die unheimische sfeer.
De handen van Jule bieden Thea en mij veiligheid.
We lopen van de plek waar de chauffeur ons heeft afgezet naar ons huis.
We dribbelen mee op het tempo van Jule.
Ik begrijp het allemaal niet zo goed. Het komt niet bij me op om vragen te stellen.
Wat kan een vierjarig kind begrijpen van de stilte als er niet of nergens over gesproken wordt?

 

We lopen hand in hand via de lege Klinkerstraat waar de winkels gesloten zijn endoor de Hamstraat waar de ramen verduisterd zijn door kranten.
De zware velours gordijnen van de woonhuizen dekken de mogelijke lichtinvallen ophet interieur af.
We gaan rechtsaf en onze klompschoentjes klikken op de straatkeien.
Ik voel me bedwelmd door de nauwelijks benoemde sfeer. Jule is altijd zo spraakzaam.
Waarom nu dan niet?
Halverwege de Hamstraat herken ik op een afstand ons huis dat op de hoek staat.
Opgelucht roep ik “Ons huis!”. Als door een bij gestoken trekt Jule aan mijn hand: ”sstt” ! Jule is ook gespannen.
Dan staan we stil. We weten niet zeker waar en of er nog Duitsers ergens zijn.
Zij hebben het hele huis uitgekamd en kruidenierswaren uit de winkel meegenomen, Het woonhuis is gespaard gebleven.
Thea en ik voelen ons veilig en Jule gaat met ons stevig aan de hand, opgetogen via de lege winkel het huis in.
Het voelt vertrouwd.
ONS huis; er is niemand thuis.


ei 1.

 
 
 
 
blog riet plattel