jtemplate.ru - free extensions for joomla



EEN LEVEN IS TEN EINDE

 
 
 

Daar sta ik dan, eind juni 1997, samen met mijn jongste zusje. De kleine slaapkamer is koud, ondanks de stralende zon die door de ramen naar binnen schijnt.Onze blikken dwalen over de twee lege bedden, waarvan er één nooit meer beslapen zal worden.
De eenvoudige nachtkastjes, de toilettafel met spiegel met de daarop uitgestalde toiletartikelen. Op de vloer het koude lichtgrijze linoleum. Voor de ramen hangen nog steeds de grijze damasten gordijnen van toen.Een jaar en vier maanden geleden is het dat ze het appartement hebben betrokken.Het huis waar mijn moeder jaren naar op zoek was geweest, het huis waarvan ze toen al wist dat het haar laatste thuis zou zijn.
 

Nu is ze overleden en haar laatste opdracht moet nog worden uitgevoerd. Moeders wil wás en ís wet, ook na haar dood. Vóór de crematie moet alles wat aan haar herinnerde al uit het huis worden verwijderd. En als ze zei “alles” dan bedoelde ze ook “alles”. In gedachten hoor ik nog haar scherpe stem. Het eeuwige gevit op alles en iedereen maar vooral op mijn vader. Het was nooit goed of het deugde niet. Nu sta ik hier en ik heb een heel beklemmend gevoel alsof mijn keel wordt dichtgeknepen, je weet maar nooit of ze ons zal controleren. Haar opdracht moet worden uitgevoerd.

 

Op haar ziekbed heeft ze besloten dat Pa, alleen achtergebleven, niet de kans mocht lopen in zijn verdriet te gaan zwelgen. Ze was ervan overtuigd dat, als hij de kast opendeed en haar kleding zag hangen, hij helemaal van de kaart zou zijn. Dat hij zou gaan rondlopen met haar kleren in zijn armen zoals toen, toen Henkie overleden was, lang geleden. Nee, herinneringen in de vorm van bezittingen moeten onmiddellijk verwijderd worden. Ze heeft ons ook een lijstje gegeven met namen van diegenen in de familie die ze iets speciaals na wilde laten. Ook daar moeten Yvonne en ik voor zorgen. Ze heeft al pakketjes gemaakt, zodat we alles alleen maar hoeven uit te delen.

 

Nadat we daar een poosje zonder iets te zeggen hebben gestaan, kijken Yvonne en ik elkaar besluiteloos aan. We hebben geen idee waar we moeten beginnen. Aarzelend steekt mijn zusje haar hand uit naar de deuren van de kledingkast en doet ze voorzichtig open. Keurig netjes naast elkaar hangen daar haar rokjes, bloesjes, pakjes en mantels. En daaronder schoenen, schoenen en nog eens schoenen. Een golf van machteloosheid spoelt over mij heen. Wat moeten we er in Godsnaam mee? We kennen niemand die deze kleren nog wil dragen. Dan alles maar in vuilniszakken en wegbrengen naar de Kringloopwinkel. Weg ermee, naar de anonimiteit!

 

In een ijzig stilzwijgen beginnen we met de kleren keurig op te vouwen, maar allengs worden we slordiger en stoppen alles in de plastic zakken zoals het in onze handen komt. Zak vol, touw erom, weg ermee. Er lijkt geen einde aan te komen. Als we zo doorgaan zijn we gauw door onze vuilniszakken heen. Ik hoop maar dat Pa nog een voorraadje achter de hand heeft.

Als de klerenkast leeg is, komen de stapels lapjes aan de beurt. De lapjes die Ma gekocht heeft op de markt. Altijd voor een prikje! Al die lapjes waar ze nog plannen voor had om er iets van te maken voor zichzelf of voor één van haar favoriete achterkleindochters. Dozen vol met naaigarens, knopen en knoopjes, bandjes en strikjes. Alles verdwijnt in plastic zakken, wordt dichtgemaakt en klaargezet om weg te brengen.

Pa, die we in de woonkamer hebben geïnstalleerd met een cryptogram, komt even zijn gezicht laten zien. Maar de aanblik van twee van zijn dochters die in een rap tempo de kleding van zijn vrouw aan het opruimen zijn, kan hij niet aan. Snikkend draait hij zich om en verdwijnt weer naar binnen.

 

Ondertussen zijn we begonnen aan de kaptafel. Ma was altijd een goed verzorgde vrouw geweest. Haar haren keurig gekapt tot op het laatst van haar ziekte toe. We zijn erop voorbereid een aantal potjes, flesjes en tubetjes van één of ander schoonheidsmiddel aan te treffen, maar niet zo onnoemelijk veel als de kaptafel blijkt te bevatten. Wie schetst onze verbazing als we de laatjes opentrekken en al die flesjes haarshampoo en kleurspoelingen zien staan. Ontelbare tubes crème grijnzen ons tegemoet. Hoe meer laatjes we opentrekken des te meer doosjes, potjes, flesjes en tubes komen we tegen.

 

Verbijsterd laten we alles door onze handen gaan. Hebben we haar de laatste jaren financieel gesteund om dit soort troep te kunnen aanschaffen? Diep van binnen voel ik een reusachtige woede opwellen. Yvonne en ik kijken elkaar aan en barsten vervolgens in tranen uit! Jankend maai ik met grote zwaaien alle flesjes en potjes in de zoveelste vuilniszak. Weg ermee! Mijn zusje slaat haar handen voor haar ogen en zakt op het bed neer.

 

Maar nog zijn we niet klaar. Er rest ons nog één kast, de kast waar ze haar spullen in bewaarde voor haar grote hobby: schilderen! In een grote opbergmap heeft ze al haar creaties bewaard. Stilletjes laat ik ze door mijn handen gaan en voel me diep ongelukkig. Ze is er niet meer, haar gevit op Pa hoeven we niet meer aan te horen. En haar verbeten klaagzangen ook niet meer. Toch blijft zij mijn moeder en ze is er niet meer! Al die jaren heb ik rondgebazuind dat ik haar niet zou missen maar nu, de dag na haar overlijden, wordt deze bewering al gelogenstraft: ik mis haar wel degelijk!

 

We sorteren de grote hoeveelheden verf, kwasten en papier. Te veel voor een heel leven. Wat nog gebruikt kan worden door bekenden of familie leggen we apart, de rest kan weg. Aan het eind van de dag vallen we in de huiskamer doodmoe op een stoel neer. Met het zicht op de hal, waar de vuilniszakken in het gelid staan om weggebracht te worden, schenkt Pa ons een portje in.

 

Zwijgend zitten we met zijn drieën bij elkaar. Wat valt er nog te zeggen?

Een leven is ten einde.

 

 

Nelle Heijboer

 

 
 
blog nelle heijboer