jtemplate.ru - free extensions for joomla

 

 

Zo zie je - Agenda 

Individuele inschrijving mogelijk voor:

 

FEBRUARI 2019

vrij 1  SchrijfLounge Roermond

 

 

 


Kriskras kras terug

fladdert de bonte vlinder

haar herfst tegemoet

© Esther van der Werf

 

 

 

 Rouw is rauw….      

Een overdenking.                                          

 

Ik meende het te weten hoor. Alle opa's en oma's verloren, hetgeen op mijn leeftijd nogal normaal is. Van de papa's en de mama's leeft er nog eentje. De anderen foetsie op 54, 69 en 72-jarige leeftijd. Belachelijk jong, zo voel ik nu. Mijn schoonmama is gelukkig een kwieke tachtiger die toch op zijn minst 95 gaat worden, heb ik zo besloten. Maar nu, nu is het ineens toch een stapje heftiger. Een vriend, mijn beste vriend, is aan de beurt. Één-en-zestig jaar jong. En ineens draait de wereld anders. Als je een vriend verliest bij wie je terecht kon met je zorgen, met je grappige anekdotes, met je vragen, sja dan valt er veel 'delen' weg. En er valt een stukje gemeenschappelijke geschiedenis weg. Natuurlijk heb ik mijn echtgenoot nog, met wie ik ook mijn dingen deel, en andere fijne vrienden. En zoonlief die me met zijn heerlijke praktische kijk op dingen ook weer helpt. Ik wist het wel al maar nu valt het pas echt goed op:  ik deel mijn 'dingetjes' niet met alle vrienden op een zelfde manier. En een deel van mij kan niet meer delen met wie ik zo graag deelde. 

 

En ineens is het alsof de wereld anders draait. De balans is zoek. Ik die allang meende te weten wat rouw is. Arrogante tut. Ik word verrast. Want rouw blijkt anders als het om een leeftijdsgenoot gaat (nou ja paar jaartjes verschil toch wel), wat je deelde maakt verschil in wat je mist. Dat had ik me natuurlijk van te voren kunnen bedenken. Dat deed ik ook wel, met mijn verstand. Het gevoel is toch net even andere koek.  Ik ken alles fases van rouw, veel theorie. En het helpt geen donder. Het maakt niet dat ik versneld hierdoorheen kan. Zo werkt het niet. Ik laat het gebeuren, voel met elke vezel verdriet. Willen versnellen heeft geen zin. 

 

In mijn werk als schrijfdocent voor de schrijfgroep bij het Toon Hermans Huis kom ik natuurlijk ook veel van deze emoties tegen. Ik ben juist heel bewust daar, in de hoop iets voor hen te kunnen betekenen. Ik realiseerde me al eerder, dat verdriet niet te meten of te vergelijken is. Nu voel ik het verschil. Nu ik voel, weet ik des te meer dat ik nooit kan voelen wat de ander voelt. Ik ben dankbaar dat dat sowieso nooit mijn standpunt was. Met open oor luisteren, en de ander zijn of haar verhaal laten doen. Aftasten wat die ander nodig heeft en er proberen op die manier te zijn. Ik merk nu zelf hoe belangrijk dat is. Ik ben dankbaar voor alle lieve appjes, telefoontjes, zelfs bloemen en kaarten die ik kreeg. 

 

Vandaag is hij elf dagen dood. Elf dagen waarvan ik er acht doorbracht in regel-stand. Hij had mij gevraagd zijn zoon te helpen met het regelen van zijn uitvaart. Dat heb ik met volle overgave gedaan. Dat waren alvast acht dagen die nog met hem gevuld waren. Zonder dat ik me daar op die manier van bewust was hoor. Ik merk het nu pas. Want nu komt de rust, nu komt het niets. Het gaat van veel telefoongesprekken met hem en bezoeken aan hem, regelen voor hem, naar gesprekken in mijn eigen hoofd. Zoveel gedachten dat mijn hoofd lijkt te ontploffen. Hoe doe je dit? Dit rouwen? Ik heb geen idee. Ik denk steeds meer dat er geen vast recept is. Ieder mens is anders, elke relatie is anders. Rouw is rauw. Keihard werken. Gisteren en vandaag had ik behoefte een servies kapot te gooien. Dat is toch wel wat vervelend qua rotzooi en kosten, dus ik heb die behoefte aan energie eruit gooien omgezet in opruimen, een joekelgrote dode buxus nu eindelijk uit de pot en in kleine stukken hakken. Met grof geweld de enorme kluit klein slaan. Met spade en daarna met handbijl, bijna moordzuchtig de wortels te lijf. Volle energie erin. Als de buren niet thuis waren geweest had ik misschien het lef gehad te schreeuwen. Want dat is wat mijn lijf doet en mijn keel wil: schreeuwen. Mijn mond is stil. De tuin steeds keuriger en het huis opgeruimd. Toch moet ook via mijn keel het verdriet eruit. In de auto gaat Herbert Grönemeyer op standje oerhard en ik gil nóg harder mee. Niemand die er last van kan hebben, dus ik doe. Ik doe alsof ik zing maar het is wat het is: ik schreeuw.

 

Na al dat hakken, opruimen en schreeuwen is hij nog steeds dood. 

 

©Esther van der Werf - 23 mei 2017 

 
esthervanderwef blog